Van een Hollandse stad naar het Duitse platteland


Vandaag geef ik gastblogger Annemieke het woord:

‘Of dat wel zo’n goed idee is. Jij als stadsmens.’ Ik hoor het mijn broer nog zeggen. En velen zullen het gedacht hebben. Verhuizen van Den Haag naar een dorpje waar – bijna – niemand nog van gehoord had en dan ook nog zover rijden, helemaal naar Duitsland. Dat laatste vinden mensen uit het Westen van Nederland al snel: helemaal naar Groningen? Zover? Laten we elkaar halverwege ontmoeten.

Het beste van twee werelden

Vorig jaar om deze tijd reden de verhuiswagens voor: eentje voor Duitsland en eentje voor mijn ‘pied a terre op Scheveningen’. Want een ‘Duitse’ ga ik niet worden: ik hou van Den Haag, van het strand, van bepaalde buurten, musea, restaurants en cafés. Van de sfeer, het groen en mijn (honden-)kennissen en vrienden.
Maar door ook in Bollenbach te gaan wonen heb ik het beste van twee werelden: de uitdaging van het nieuwe, de rust, stilte en prachtige natuur van de Hunsrück, de historische verrassingen, de mooie dorpen, de vier rivieren die de Hunsrück omringen met hun prachtige wijnvelden en in Den Haag de benodigde reuring van de stad en het strandleven.

Een jaar Bollenbach

Inmiddels heb ik er samen met Dribbel een vol jaar Bollenbach opzitten en absoluut geen spijt van deze sprong in het ‘diepe’. Wat heb ik een hoop geleerd, gezien, ervaren en  beleefd. En wat hebben we genoten van alles wat op ons pad kwam, van de reizen door de Hunsrück, de vrienden en familie van Conny en natuurlijk van het Arthouse zelf.

En wat wist ik nog weinig van het leven in Duitsland en meer specifiek van het leven op het platteland, terwijl dit grote land met zijn interessante cultuur, literatuur,( muziek-en kunst-)geschiedenis en onbeschrijflijk mooie natuur nog wel ‘ons grootste buurland’ is.

In dit blog wil ik graag met jullie ‘mijn Bollenbach’ delen waarbij ik vooral de schijnwerper zet op wat ik aan leven in dit verstilde dorpje heb leren kennen.

Paarden-Rita

Als ik nu vanaf een afstandje naar Bollenbach kijk dan zie ik als eerste Rita,een tanige vrouw van in de zestig, die net haar jeep voor het hek geparkeerd heeft en de tuin binnen komt lopen om het vogelhok te sluiten. Ze denkt dat er niemand thuis is en heeft medelijden met haar gevederde vrienden in deze kou.

Rita, met haar paarden en pony’s, haar dochter die bij een chique paardenrijschool buiten de de Hunsrück werkt, maar samen met haar moeder een paardenschool in Bollenbach wil starten en elk weekend in haar gloednieuwe Mercedes het dorp binnen komt scheuren om haar moeder te helpen. Net dertig jaar en nu al versleten wervels, waarvoor ze vlak voor de feestdagen in het ziekenhuis belandde. 

Ik ken het verhaal van Rita’s stokoude moeder, altijd door haar verzorgd, maar onlangs overleden na twee maanden verpleeghuis;
van haar man, die ruim twintig jaar ouder was dan zij en helaas twee jaar geleden overleed.
Rita, altijd vrolijk wuivend vanuit haar jeep, met haar honden op weg of net terug van haar paarden.
Rita, die mijn auto getrokken heeft toen ik zonder motorolie vlak buiten het dorp tot stilstand kwam.
En Rita die voor de vogels en vissen zorgt als er niemand in Connies Arthouse aanwezig is, beleefd tegenstribbelend als ze daar een flink stuk jonge Beemsterkaas en Hollandse jenever voor terug krijgt. 

Ik kijk en zie Paarden-Jutta, ‘zomaar een buurvrouw’, waar in dit blog al eerder over geschreven is en die sinds kort haar rode haar bruin heeft laten verven.

Nederlanders in de hoofdstraat

Ik kijk nog beter en zie in het centrum een Nederlands stel in hun vakantiehuis aan de Hauptstrasse van Bollenbach. Nu denk je misschien ‘oei dat zal wel druk zijn, die Hauptstrasse’, maar dan vergis je je in het dorpsleven op de Hunsrück. Net als de rest van Bollenbach komt er in de Hauptstrasse nauwelijks een kip. Het echtpaar woont in een oud dorpshuis met een keurig onderhouden moestuin en heeft sinds kort, je gelooft het niet, een Nederlandse buurman.

Huis nummer vijftig

Deze buurman is permanent in Bollenbach komen wonen. Hij is getrouwd met een Russische vrouw en heeft twee opgroeiende kinderen. Ze woonden eerst aan de Moezel, maar daar beviel het hen niet. Waarschijnlijk te veel toeristen. Het pand dat hij hier gekocht heeft is door hem zelf prachtig gerenoveerd. Alleen de buitenkleuren zijn wat flets. Het is niet zijn eerste huis dat hij opknapt. Volgens zijn zeggen is dit nummer vijftig en hopelijk zijn laatste. Hij is al ver in de zeventig, maar blijkbaar houdt klussen je jong, want ik gaf hem nog geen zestig.
Veel contact met de Nederlanders is er trouwens niet. Ik vind dat wel prima.

En maar klussen


Loop je de Hauptstrasse uit richting de weiden dan zie je in een flauwe bocht rechts de grote dorpsboerderij die nog steeds te koop staat en waarover in dit blog ook al eerder geschreven is. Moeder en zoon (de eigenaar) wonen samen in hun keurige woning tegenover het oude familiehuis en doen – nog – niet veel moeite om het huis te verkopen. Wel is de zoon er dag en nacht aan het klussen. Zou hij verder niets te doen hebben? Wordt zijn moeder gek van hem en is dit zijn hobbyproject? Wie weet. 

Burgemeester achter de toog

Om op dit soort vragen een antwoord te krijgen moet ik misschien wat vaker naar het dorpscafé. Ook dit was één van de vele verrassingen van Bollenbach. Een café dat goed loopt! Rij je door het hart van de regio dan zie je vooral gesloten cafés en – restaurants.
Het stille sterven van de Hunsrücker horeca, zo noem ik dat.

In het café van Bollenbach is het gelukkig een levendige bedoening met een oude moeder die, als het heel druk is, in de keuken helpt om haar – tot ver buiten Bollenbach – beroemde schnitzels te bakken, een ex-burgemeester (voor mij blijft hij echter dé ‘burgemeester’) achter de toog en zijn vrouw in de bediening.

Oude mannen en hun biertje

Bernd en Marian zijn vijftigers. Hun ‘kinderen’ zijn de Bollenbachers en café-bezoekers. Je voelt je altijd welkom, een beetje als thuiskomen in je stamkroeg. Aan de bar zitten vaak de oude mannen van het dorp hun zaakjes te bespreken met een flink glas bier voor hun neus, zoals hun leeftijdsgenoten in Griekenland op hun vaste bank onder een schaduwrijke boom wat voor zich uit zitten te staren, een beetje babbelen of tric-tracken.

Bouwpakket van eigen huis

De nieuwe burgemeester is sinds eind vorig jaar onze – op afstand – buurman. Hij is geboren en getogen in Bollenbach, heeft er nog familie en zijn vader woont in Rhaunen, op 5 minuten rijden van het dorp. Op een stuk familiegrond  (heel gewoon hier) heeft hij zijn eigen huis gebouwd. Een standaard-bouwpakket, dat in een vloek en een zucht opeens een huis was. Toen moest het echter nog ingericht worden en dat met drie jonge kinderen en een werkende vrouw.

Dat bleek andere koek. Maar nu staat het er dan toch, zowel van buiten als van binnen bewoonbaar en net als bijna alle andere ‘jonge’ mannen in het dorp klust de burgemeester er elk weekend en elke mooie avond flink op los. Het moet tenslotte zijn pareltje worden en blijven.

Emiel de reuzenpup

Als ik Dribbel ga uitlaten kom ik geregeld de timmerman met zijn vrouw (de zus van de ex-burgemeester) tegen. Zij hebben net een nieuwe hond, een Labrador-pup en in tegenstelling tot veel Duitsers, met of zonder hond, zijn ze niet bang voor andere honden en heb ik zowaar ‘op z’n Hollands’ een gezellig praatje pot. Emiel is echter groot voor zijn leeftijd – 8 maanden – en sterk en wil spelen met Dribbel die daar absoluut geen zin in heeft. Dus het praatje is van korte duur.

Inburgeren in een koor of op de golfcourse

Richting huis wandelend kom ik Marian tegen. Zij gaat naar haar wekelijkse koorrepetitie. Wanneer of Conny nou komt zingen? Tsja, dat moet ze toch echt aan Conny zelf vragen. Het bijwonen van haar optreden met haar koor in het ‘kerst-kerkje’ van Hottenbach was voor Conny in ieder geval inspirerend genoeg om een keer een repetitie bij te wonen als ze weer in Duitsland (deel van het voorjaar, de zomer tot begin herfst) .

Trainen met Dribbel

Om meer in te burgeren is het wel handig om ergens actief lid van te worden, overweeg ik al verder lopend. Zelf voel ik meer voor golfen en een ingang heb ik ook al: de moeder – ja alweer een moeder – van de dierenarts van Dribbel, Lucy en Romy. En misschien ga ik ook wel meedoen met de hondentraining en speuren voor honden. Niet alleen nuttig, maar ook leuk voor Dribbel.

Een stoere boshond

Dribbel heeft het hier enorm naar zijn zin heeft. Wie hem gekend heeft (of kent) in Nederland zal versteld staan van de kracht die hij in zijn pootjes heeft ontwikkeld. Hij springt van rots naar rots, van grote hoogtes naar de grond en kan opeens razend snel achter een stok, ree of ander beest aanrennen. Hop en weg is hij. Wat word ik hier toch blij van. Het is voor mens en dier echt een feestje om hier te mogen wonen. En als er wat is: je bent in een dorp nooit helemaal alleen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s