Naar de oorsprong van de Seine

Pelgrimeren. Ja, dat woord bestaat.
Het is afkomstig van het Latijnse ‘per ager’(door het veld) en ‘peregrinus’ (vreemdeling): de pelgrim laat het vertrouwde leven achter zich en gaat, door vreemd terrein, het onbekende tegemoet.

Riesweiler Eremitage Maria Reizenborn

In de religieuze traditie gaat een pelgrim op pad om een heilige plaats te bezoeken en zo zijn of haar geloof te belijden. Een heilige plek is bijvoorbeeld een plaats waar een bijzondere gebeurtenis heeft plaatsgevonden of waar de drager van een religie (Jezus, Mohammed, Boeddha) is geboren of gestorven.

In de middeleeuwen waren de graven van Jezus in Jeruzalem en van de apostelen Petrus en Jacobus in Rome en Santiago heilige plaatsen voor de christenen.
Op deze heilige plaatsen wordt het geloof als het ware tastbaar, mede door de aanwezige relieken.

Ook ik pelgrimeer. Niet in de religieuze betekenis van het woord. Daarvoor sta ik te ver van het geloof af. Maar meer in de zin van pelgrimeren naar ‘plaatsen van herinnering’ of zoals dat deftig heet : lieux de memoires.
Ik sta in deze behoefte niet alleen. Velen pelgrimeren met mij naar bijvoorbeeld historisch interessante slagvelden en graven van beroemde schrijvers, dichters, schilders en musici.

Riesweiler, villa van Anton

In dit blog heb ik al vaker verteld over mijn liefde voor de films van Edgar Reitz, die een groot deel van zijn oeuvre hier, in de Hunsrück, gefilmd heeft. 
Vandaag besloot ik mijn pelgrimage langs de ‘ heilige filmlocaties’ weer eens op te pakken en naar Riesweiler te gaan. Daar staat het (film-)huis van Anton, de oudste zoon van Maria, de stammoeder in de Heimattrilogie.
Anton heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld tot een ware patriarch en groot- industrieel. Zijn huis is er dan ook naar. En ik ben nieuwsgierig.

Anton’s villa vanaf de zijkant

Riesweiler ligt iets ten noord-oosten van Bollenbach en via een schilderachtige route door het Soonwald kom ik in het dorpje aan. Al snel vind ik het huis. Helaas staan er een vader met zijn zoontjes op de weg te voetballen.
Ik rij zachtjes door en parkeer de auto iets verderop om de hoek en besluit het huis eerst een van achteren te gaan bekijken. Daar zijn ook de interessantste filmbeelden gemaakt. En ik moet zeggen, het stelt niet teleur. Mede vanwege het prachtige herfstweer lijkt de film tot leven te komen en net als de christelijke pelgrims uit de middeleeuwen heb ik het gevoel dat ik zelf deel uitmaak van het verhaal.

Ik loop terug en stuit op een bordje dat wijst naar ‘nog’ een heilige plek in Riesweiler: de ‘Eremitage Maria Reizenborn’, een kluizenarij of hermitage waar een kluizenaar heremiet een teruggetrokken leven heeft geleefd. Deze kluizenarij maakt deel uit van een inmiddels 650 jaar oude Pelgrimsroute die loopt van Spabrucken naar Simmern en die in het teken staat van de Zwarte Madonna van Soon. Toeval bestaat niet. Ik keer de auto en volg de bordjes diep het Soonwald in.

Het blijkt dat de kluizenarij ooit een heilige plek van de Kelten geweest is. Dat verbaast me niets. De meeste ‘heilige plaatsen’ in de Hunsruck, die voor christenen van betekenis waren (en zijn), hebben een Keltische oorsprong.
Hier in Riesweiler is het niets anders.
Wel bijzonder is dat er nog stenen maskers uit de voorchristelijke tijd bewaard gebleven. Ze zijn gevonden bij de bron die hier ontspringt, waarvan het water vooral heilzaam zou zijn voor mensen met een oogziekte

Rond het jaar 1000 zijn drie van de vijf ‘maskers ‘ in de muur van de Evangelische Kerk van Riesweiler gemetseld. Heidense goden om het kwaad buiten te houden. Er is er nog een over. In de kerk zelf kan je nog twee gezichten bewonderen. Zij dienen als steun voor de balken aan het plafond.

Ik vind de gezichten interessanter dan die hele ‘ kluizenarij’, die nu dient als plek voor openlucht-kerkdiensten. De oude kapel is nagebouwd met behulp van archeologische bodemvondsten. De uitdrukkingsloze gezichten leiden mij uiteindelijk naar Dijon in Frankrijk. En dat is fascinerend. Een ‘heidense pelgrimage’ over het internet.

De kapel

In heel Midden Europa zijn ongeveer 30 stenen beelden uit de voorchristelijke tijd gevonden. De meeste in Zuid Duitsland. De stenen maskers uit de Hunsrück vertonen duidelijk verwantschap met de beelden uit Zuid Duitsland. Mijn zoektocht leid me allereerst naar het dorpje Sensweiler (ten zuid-westen van Bollenbach) waar vijf soortgelijke maskers gevonden zijn als in Riesweiler.

Oorspronkelijk behoorden deze maskers tot een Keltisch heiligdom in de buurt van een voor-christelijke nederzetting bij de Wildenburg en een indrukwekkende Keltische ringmuur. Tegenwoordig kan je ze bewonderen in de buitenmuur van de kerk en de kerktoren, waar ze evenals de maskers van Riesweiler ‘asiel’ gevonden hebben.

Sensweiler

En nou komt het meest frappante: de maskers van Riesweiler en Sensweiler lijken precies op de gezichten van beeldhouwwerken die gevonden zijn bij de bron waaruit de Seine in Frankrijk ontspringt. Deze raadselachtige beelden zijn opgegraven bij een Keltisch- Romeins (ook wel Gallo-Romeins genoemd) heiligdom uit de 2de en 1ste eeuw, dat gewijd is aan de riviergodin Sequana. Toen de Romeinen de plek overnamen bouwden ze er twee stenen tempels, een zuilengalerij en legden ze een vijver aan.

Het waterbekken van het heiligdom, gelegen op het plateau van Langres op enkele kilometers van Dijon verwijderd, werd omringd door de in het niets starende beelden. De van oorsprong houten figuren stelden waarschijnlijk bewakers van het heiligdom voor. Het zouden echter ook pelgrims kunnen zijn die het waterbekken bezochten in het kader van bepaalde riten en ceremoniële handelingen die daar verricht werden.
Als dank voor de verleende gunsten werden er aan de godin ex voto’s (voorwerpen) geofferd. Veel van deze voorwerpen zijn nu tentoongesteld in het Musée Archeologique van Dijon.

Een leuk detail is dat Sequana als ‘ genezende’ godin niet aan een mannelijke godheid is gekoppeld, maar opvallend zelfstandig bleef functioneren. Veel andere Keltische godinnen werden wel aan een partner gekoppeld, zoals bijvoorbeeld Sirona aan Apollo Granus.

Naar de bron van de Seine

Terug in Riesweiler.
Het waren de missionarissen Disibodus en Bonifatius die de heidense bevolking van de Hunsruck bekeerden tot het christendom. Dankzij deze bekeerlingen zijn de maskers uit Riesweiler en Sensweiler gered uit de diepe duisternis van de vergetelheid. En zo zijn we in de Hunsrück weer twee ‘pelgrimsoorden’ rijker: de kerken van Riesweiler en Sensweiler, waar je anders waarschijnlijk zo aan voorbij zou rijden.




Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s