De taal van het vakwerkhuis

Als je omringd wordt door dorpen en stadjes met vakwerkhuizen zou je oog lui kunnen worden en je geest blasé. Weer zo’n huis.
Maar als je omringd wordt door dorpen en stadjes met vakwerkhuizen zou je oog ook extra getriggerd kunnen worden en je geest nieuwsgierig. Want als je beter kijkt zie je dat geen vakwerkhuis hetzelfde is. Natuurlijk: het was maatwerk en geen fabriekswerk. Toch had ik het idee dat er meer achter zat en ging op zoek naar antwoorden.

Zo ontdekte ik al gauw dat het bouwen met hout en leem geen Duitse uitvinding was. De vakwerkbouw werd al toegepast in de Romeinse tijd, maar is waarschijnlijk nog ouder.
De meeste vakwerkhuizen die je nu nog in Duitsland kan bewonderen zijn van na de Dertig Jarige oorlog. In die periode (1618-1648) is er waanzinnig veel verwoest in de toenmalige Duitse staten. 

Kleur van de balken
Het skelet is meestal van eikenhout maar er werd ook gebruik gemaakt van minder duurzame houtsoorten zoals essen, kersen of naaldhout. Traditioneel werd de leem witgekalkt en maakten men de houten balken bruin met een mengsel van ossenbloed en kleurstof of met zwarte of rode beits. 
In de Rooms Katholieke gebieden zijn  de balken vaak blauw geverfd, de kleur van de Heilige Maagd Maria. De bewoners voegden vaak Bijbelspreuken toe. Ook werden er  in de balken figuren uitgesneden.

Maar nu komt het mooie: de vakwerkconstructie kent een eigen taal. Eerst
de functionaliteit, later de sierelementen in stijlen van renaissance tot barok. Zo verschenen er V-vormen, Andreaskruizen en ruiten op de gevels.

Bescherming tegen het kwade
Het Andreaskruis is een heraldisch kruis dat bestaat uit twee diagonalen die samen een rechthoek vormen. Het dankt zijn naam aan de apostel Andreas, die aan een dergelijk kruis zou zijn gekruisigd.  In de Germaanse symboliek werd aan het schuinkruis een goddelijke kracht toegedicht.  Het beeld werd door mensen gebruikt als bescherming tegen het kwade, tegen boze geesten, demonen en onheil.  
Je treft het teken van het schuinkruis ook vaak aan op muurankers, als bescherming tegen blikseminslag, tegen de woede van Donar of Thor, de West Germaanse god van de donder.

En er zijn meer stijlfiguren op de gevels van vakwerkhuizen met een symbolische betekenis.  Zo laat de klapstoelconstructie zien dat het huis bewoond werd door een hoogwaardigheidsbekleder. En ontdek je de levensboom? Dan mag je er van uitgaan dat de eigenaar kennis heeft van goed en kwaad.

Aan het begin van de 16de eeuw ontstond uit een steunconstructie de vorm van de ‘Wilde Mann’. Deze figuur werd steeds populairder omdat bewoners dachten en krachten aan te ontlenen.  Een van d eerste gebouwen die met dit symbool getooid werd was het raadhuis van Asfeld. In de 17de en 18de eeuw ontstonden ingewikkelder uitvoeringen die culmineerden in de sierlijke barok ( de vierde versie van de Wilde Mann).

De drie koningen
Op veel huizen vind je de letters C M en B. Deze initialen staan voor de drie koningen Melchior, Caspar en Balthasar. Op 6 januari trokken gelovige burgers langs de huizen in dorpen en steden om de letters op deuren en balken te kalken. Ze schonken de bewoners wijsheid, zo dacht men.  Een mooi (bij-)geloof.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s