Het blauwe wonder van Mainz

Een bezoek aan Mainz, de hoofdstad van de deelstaat Rijnland Palts, kan niet zonder een bezoek aan de St Stephanuskerk, wereldberoemd om zijn glas in loodramen van Marc Chagall. Bij binnenkomst word ik overdonderd door een zee van helder blauw licht dat het middenschip van de kerk doorstraalt en in een bijna mystieke sfeer dompelt. De glas in loodramen in het ‘voorportaal’, zoals Chagall het middenschip noemde, hebben abstracte vormen. Ze kleuren mee met het licht dat van buiten komt.

Levensvreugde en hoop
De vensters in het hoogaltaar zijn kleurrijker met vooral veel rood, geel en groen, maar ook hier is blauw de dominante kleur. De ramen stralen hoop uit, optimisme, troost en levensvreugde.
De afbeeldingen zijn meer dan een plaatje. Marc Chagall toont met zijn werk het onzichtbare in het zichtbare, het eeuwige in het tijdelijke. Hij laat in het gecreëerde de Schepper herleven. 

Een van de bekendste scènes is de verleiding van Adam en Eva in het paradijs. Mijn voorkeur gaat uit naar een afbeelding van de mens die door een engel gedragen wordt. God heeft mensen nodig om zijn werk op aarde te verrichten en ik denk, net als Chagall, dat mensen die in zijn naam handelen ‘engelen van mensen’ zijn.

Het was de pastoor
Het is te danken aan de voormalige pastoor van de St Stephanus Kirche, Klaus Mayer, die eind jaren zeventig van de vorige eeuw de beeldend kunstenaar Marc Chagall (1887-1985) zover gekregen heeft om de binnenruimte van de kerk te veranderen tot één grote blauwe zee van negen prachtige gebrandschilderde ramen als ‘teken van de Frans-Duitse vriendschap, de joods-christelijke verbondenheid en van vrede en verzoening’.
Marc Chagall, van joods-russische afkomst en Frans staatsburger, was 91 jaar toen hij aan deze opdracht begon. Het zijn de enige gebrandschilderde ramen in Duitsland van Chagall, zijn laatste ontworpen kerkramen en met een glasoppervlak van 177,6 qm  het grootste glaskunstwerk ter wereld. 

God de vader

Het visioen van God de vader
De Stephanuskerk is tijdens de Tweede Wereldoorlog platgebombardeerd en na de oorlog langzaam maar zeker weer opgebouwd en gerestaureerd.
Pastoor Klaus Mayer was door zijn reizen naar Israël en Zurich onder de indruk gekomen van het werk van Marc Chagall, de meester van de kleurenpracht en de verbeelding van bijbelse verhalen. In 1973 stuurde hij een brief naar Chagall of de kunstenaar bereid was voor het oostelijk koor van de kerk glas in loodramen te maken.  Na een uitgebreide correspondentie en persoonlijke ontmoetingen was het vier jaar later zover. Het eerste Chagall-raam met het ‘visioen van God de Vader’ werd in de kerk geplaatst. Een paar dagen later startte Marc Chagall met het ontwerp van de twee flankerende midden-ramen met als thema ‘het visioen van de heilsgeschiedenis’. En een jaar later werden deze ramen ingewijd. 

Marc Chagall

Negen ramen tot de dood erop volgt
In de jaren 1979-1980 toog de inmiddels hoogbejaarde kunstenaar aan het werk om ook de drie zijvensters van het oostelijk koor te voorzien van ramen met als thema ‘Loof de schepping’. In 1981 werden deze ramen ingewijd en kon iedereen meegenieten van een in schitterend licht gevangen hoogaltaar.

Tot grote verrassing van de kerkelijke gemeenschap  ontwierp Marc Chagall op 96-jarige leeftijd nog drie vensters voor het middenschip. Zijn idee was een voorportaal te maken van abstracte vormen voordat je de bijbelse boodschap in het hoofdaltaar zou ontvangen.
Kort na zijn dood op 28 maart 1985 kreeg de St Stephanuskerk in mei de laatste gebrandschilderde ramen van Chagall. 

De resterende arbeid aan de vervolmaking van de ramen werd op verzoek van Chagall zelf gedaan door zijn leerling Charles Marq. Als chef van het Glasatelier van Jacques Simon in Reims had Marq 28 jaar lang met Chagall samengewerkt.

Toen in 2014 de ontwerpschetsen van de ramen door Sotheby’s geveild werden lukte het de parochie van de St Stephanuskerk dankzij een particuliere schenking drie schetsen van de lange ramen in eigendom te krijgen. De originelen zijn nu te zien in het Dommuseum in Mainz.

Op de fundamenten van een Ottoonse basiliek
De geschiedenis van de kerk gaat terug tot het eerste millennium van onze jaartelling. In het jaar 990 gaf de toenmalige aartsbisschop van Mainz en aartskanselier van het Duitse Rijk, Willigis, de opdracht tot de bouw van een ‘Rijks-gebedshuis’, een basiliek in voor-romaanse Ottoonse stijl. De gotische nieuwbouw vond tussen 1290 en 1335 plaats op de fundamenten van de oude basiliek. 
Bij een explosie van de kruittoren in 1857 werd ook de St Stephanus zwaar beschadigd. Het rijke barokke interieur werd bij de restauratie verwijderd.

De kruisgang
Tegenwoordig is de St Stephanus een helder gestructureerde hallenkerk met drie schepen, het middenschip en de zijschepen waarvan de muren wit gehouden zijn. De Gotische gewelven zijn helaas nog steeds niet in oude glorie hersteld zijn.
De aanpandige laat-gotische kruisgang is zeker ook een bezoekje zeker waard. Hier liggen meer dan 600 Stiftheren begraven waaraan de grafstenen en familiewapens herinneren. Uit het voormalige klooster van de heilige Agnes is een aantal bijzondere laatgotische beeldengroepen te zien en tegenwoordig worden dopelingen weer gedoopt boven het oorspronkelijke doopvont uit 1330. 






Een gedachte over “Het blauwe wonder van Mainz

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s